Imágenes de páginas
PDF
EPUB

den? Het deugt nergens meer toe, thenceforth good for nothing, but dan om buiten geworpen, en van to be cast out, and to be trodden de menschen vertreden te worden. under foot of men.

14 Gij zijt het licht der wereld ; | 14 Ye are the light of the world. eene stad, boven op eenen berg lig- A city that is set on an hill cannot gende, kan niet verborgen zijn. be hid.

15 Noch men steekt eene kaarse 15 Neither do men light a candle, aan, en zet die onder eene koorn- and put it under a bushel, but on a maat, maar op eenen kandelaar, candlestick : and it giveth light en zij schijnt allen, die in den unto all that are in the house. huize zijn.

16 Laat uw licht alzoo schijnen 16 Let your light so shine before voor de menschen, dat zij uwe men, that they may see your good goede werken mogen zien, en works, and glorify your Father uwen Vader, die in de hemelen which is in heaven. is, verheerlijken.

17 Meent niet, dat ik gekomen 17 I Think not that I am come ben, om de wet of de profeten te to destroy the law, or the proontbinden; ik ben niet gekomen, phets : I am not come to destroy, om die te ontbinden, maar te ver- but to fulfil. vullen.

18 Want voorwaar zegge ik u, tot 18 For verily I say unto you, Till dat de hemel en de aarde voorbij- heaven and earth pass, one jot or gaan, zal er niet één jota, noch één one tittle shall in no wise pass from tittel van de wet voorbijgaan, tot the law, till all be fulfilled. dat het alles zal zijn geschied.

19 Zoo wie dan één van deze 19 Whosoever therefore shall minste geboden zal ontbonden, en break one of these least comde menschen alzoo zal geleerd heb- mandments, and shall teach men ben, die zal de minste genaamd so, he shall be called the least in worden in 't koningrijk der heme- the kingdom of heaven: but wholen; maar zoo wie dezelve zal ge- soever shall do, and teach them, daan en geleerd hebben, die zal the same shall be called great in groot genaamd worden in 't ko- the kingdom of heaven. ningrijk der hemelen.

20 Want ik zegge u: Ten zij uwe 20 For I say unto you, That exgeregtigheid overvloediger zij dan cept your righteousness shall exder schriftgeleerden en der phari-ceed the righteousness of the scribes zeēn, dat gij in 't koningrijk der and Pharisees, ye shall in no case hemelen geenszins zult ingaan. enter into the kingdom of heaven.

21 Gij hebt gehoord, dat tot de 21 | Ye have heard that it was ouden gezegd is: Gij zult niet said by them of old time, Thou dooden; maar zoo wie doodt, die shalt not kill; and whosoever shall zal strafbaar zijn door het gerigt. | kill, shall be in danger of the judge

ment: 22 Doch ik zegge u : Zoo wie te 22 But I say unto you, That whoonregt op zijnen broeder toornig is, soever is angry with his brother die zal strafbaar zijn door 't ge- without a cause, shall be in danrigt: en wie tot zijnen broeder ger of the judgment: and whosozegt: Raka! die zal strafbaar zijn ever shall say to his brother, Raca, door den grooten raad; maar wie shall be in danger of the council: zegt: Gij dwaas ! die zal strafbaar but whosoever shall say, Thou fool, zijn door het helsche vuur. I shall be in danger of hell-fire.

23 Zoo gij dan uwe gave zult op 23 Therefore, if thou bring thy den altaar offeren, en aldaar ge- gift to the altar, and there rememdachtig wordt, dat uw broeder iets berest that thy brother hath aught tegen u heeft ;

against thee, 24 Laat daar uwe gave voor den 24 Leave there thy gift before the altaar, en ga henen, verzoen u altar, and go thy way; first be reeerst met uwen broeder, en kom conciled to thy brother, and then dan en offer uwe gave.

come and offer thy gift. 25 Wees haastelijk welgezind je- 25 Agree with thine adversary gens uwe wederpartij, terwijl gij quickly, while thou art in the way nog met hem op den weg zijt; with him; lest at any time the ad. opdat de wederpartij niet mis- versary deliver thee to the judge, schien u den regter overlevere, en and the judge deliver thee-to the de regter u den dienaar overlevere, officer, and thou be cast into prien gij in de gevangenis geworpen son. wordt.

26 Voorwaar ik zegge u, gij zult 26 Verily I say unto thee, Thou daar geenszins uitkomen, tot dat shalt by no means come out thence, gij den laatsten penning zult be- till thou hast paid the uttermost taald hebben.

| farthing. 27 Gij hebt gehoord, dat tot de 27 | Ye have heard that it was ouden gezegd is : Gij zult geen said by them of old time, Thou overspel doen.

shalt not commit adultery: 28 Maar ik zegge u, dat zoo wie 28 But I say unto you, That whoeene vrouw aan ziet, om dezelve soever looketh on a woman to lust te begeeren, die heeft alrede over after her, hath committed adultery spel in zijn hart met haar ge- with her already in his heart. daan.

29 Indien dan uw regteroog u er- 29 And if thy right eye offend gert, trek het uit, en werp het van| thee, pluck it out, and cast it from u; want het is u nut, dat één uwer thee: for it is profitable for thee leden verga, en niet uw geheele lig- that one of thy members should chaam in de helle geworpen worde. perish, and not that thy whole body

should be cast into hell. 30 En indien uwe regterhand u 30 And if thy right hand offend ergert, houw ze af, en werp ze van thee, cut it off, and cast it from u; want het is u nut, dat één uwer thee: for it is profitable for thee leden verga, en niet uw geheele lig. that one of thy members should chaam in de helle geworpen worde. perish, and not that thy whole body

should be cast into hell. 31 Daar is ook gezegd : Zoo wie 31 It hath been said, Whosoever zijne vrouw verlaten zal, die geve shall put away his wife, let him haar eenen scheidbrief.

give her a writing of divorcement : 32 Maar ik zegge u, dat zoo wie 32 But I say unto you, That whozijne vrouw verlaten zal, anders soever shall put away his wife, dan uit oorzake van hoererij, die saving for the cause of fornication, inaakt, dat zij overspel doet; en causeth her to commit adultery: zoo wie de verlatene zal trouwen, and whosoever shall marry her die doet overspel.

that is divorced, committeth adul.

tery. 33 Wederom hebt gij gehoord, 33 | Again, ye have heard that dat tot de ouden gezegd is : Gij it hath been said by them of old zult den eed niet breken, maar time, Thou shalt not forswear thy

gij zult den Heere uwe eeden hou- self, but shalt perform unto the den.

Lord thine oaths: 34 Maar ik zegge u: Zweer gan- 34 But I say unto you, Swear not schelijk niet, noch bij den hemel, at all: neither by heaven; for it is omdat hij is de troon Gods; God's throne :

25 Noch bij de aarde, omdat zijl 35 Nor by the earth; for it is his is de voetbank zijner voeten; noch footstool : neither by Jerusalem ; bij Jeruzalem, omdat zij is de stad for it is the city of the great King: des grooten konings;

36 Noch bij uw hoofd zult gij 36 Neither shalt thou swear by zweren, omdat gij niet één haar thy head, because thou canst not kunt wit of zwart maken:

make one hair white or black. 37 Maar laat uw woord zijn: ja, 37 But let your communication ja; neen, neen: wat boven dezen be, Yea, yea; Nay, nay: for whatis, dat is uit den booze.

soever is more than these cometh

of evil. 38 Gij hebt gehoord, dat gezegd 38 | Ye have heard that it hath is: Oog om oog, en tand om tand. | been said, An eye for an eye, and

a tooth for a tooth. 39 Maar ik zegge u, dat gij den 39 But I say unto you, That ye booze niet wederstaat; maar zoo resist not evil: but whosoever shall wie u op de regterwang slaat, keer smite thee on thy right cheek, turn hem oog de andere toe;

to him the other also. 40 En 200 iemand met u regten 40 And if any man will sue thee wil, en uwen rok nemen, laat hem at the law, and take away thy coat, ook den mantel; .

| let him have thy cloak also. 41 En zoo wie u zal dwingen 41 And whosoever shall compel ééne mijl te gaan, ga met hem thee to go a mile, go with him twee mijlen.

twain. 42 Geef dengenen, die iets van u 42 Give to him that asketh thee, bidt, en keer u niet af van denge- and from him that would borrow nen, die van u leenen wil.

of thee, turn not thou away. 43 Gij hebt gehoord, dat er ge- 43 | Ye have heard that it hath zegd is : Gij zult uwen naaste lief- been said, Thou shalt love thy hebben, en uwen vijand zult gij neighbour, and hate thine enemy: haten.

44 Maar ik zegge u: Hebt uwe 44 But I say unto you, Love your vijanden lief; zegent ze, die u ver- enemies, bless them that curse vloeken; doet wel dengenen, die you, do good to them that hate u haten; en bidt voor degenen, you, and pray for them which dedie u geweld doen, en die u ver- spitefully use you, and persecute volgen;.

you; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn 45 That ye may be the children uws Vaders, die in de hemelen is; of your Father which is in heaven: want hij doet zijne zonne opgaan for he maketh his sun to rise on over boozen en goeden, en regent the evil and on the good, and send. over regtvaardigen en onregtvaar- eth rain on the just and on the undigen.

just. 46 Want indien gij liefhebt, die 46 For if ye love them which u liefhebben, wat loon hebt gij? love you, what reward have ye? Doen ook de tollenaars niet het- do not even the publicans the zelfde?

same? 47 En indien gij uwe broeders al. | 47 And if ye salute your brethren

leen groet, wat doet gij boven an- only, what do ye more than others? deren? Doen ook niet de tolle- do not even the publicans so? naars alzoo ?

48 Weest dan gijlieden volmaakt, 48 Be ye therefore perfect, even gelijk uw Vader, die in de heme- as your Father which is in heaven len is, volmaakt is.

is perfect.

HOOFDSTUK VI.

CHAPTER VI. IEBT acht, dat gij uwe aal- TAKE heed that ye do not your I moes niet doet voor de men- 1 alms before men, to be seen schen, om van hen gezien te wor- of them: otherwise ye have no den; anders zoo hebt gij geenen reward of your Father which is in loon bij uwen Vader, die in de he- | heaven.

melen is.

2 Wanneer gij dan aalmoes doet, 2 Therefore, when thou doest zoo laat voor u niet trompetten, thine alms, do not sound a trumpet gelijk de geveinsden in de syna before thee, as the hypocrites do, gogen en op de straten doen, opdat in the synagogues, and in the ze van de menschen geëerd mogen streets, that they may have glory worden. Voorwaar zegge ik u, zij of men. Verily I say unto you, hebben hunnen loon weg.

They have their reward. 3 Maar als gij aalmoes doet, 200 3 But when thou doest alms, let laat uwe linkerhand niet weten, not thy left hand know what thy wat uwe regter doet;

right hand doeth; 4 Opdat uwe aalmoes in 't ver- 4 That thine alms may be in seborgen zij; en uw Vader, die in cret: and thy Father which seeth 't verborgen ziet, die, zal''t u in in secret, himself shall reward 't openbaar vergelden.

thee openly. . 5 En wanneer gij bidt, zoo zult 5 | And when thou prayest, thou gij niet zijn gelijk de geveinsden; shalt not be as the hypocrites are : want die plegen gaarne in de syn- for they love to pray standing in agogen en op de hoeken der stra- the synagogues, and in the corners ten staande te bidden, opdat zij of the streets, that they may be van de menschen mogen gezien seen of men. Verily I say unto worden. Voorwaar ik zegge u, dat you, They have their reward. zij hunnen loon weg hebben.

6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga 6 But thou, when thou prayest, in uwe binnenkamer, en uwe deure enter into thy closet, and when gesloten hebbende, bid uwen Va- thou hast shut thy door, pray to der, die in 't verborgen is; en uw thy Father which is in secret; Vader, die in 't verborgen ziet, and thy Father, which seeth in zal 't u in 't openbaar vergel secret, shall reward thee openly.

den.

7 En als gij bidt, zoo gebruikt 7 But when ye pray, use not vain geen ijdel verhaal van woorden, ge repetitions, as the heathen do: for lijk de heidenen; want zij meenen, they think that they shall be heard dat zij door hunne veelheid van for their much speaking. woorden zullen verhoord worden.

8 Wordt dan hun niet gelijk;! 8 Be not ye therefore like unto want uw Vader weet, wat gij van them: for your Father knoweth noode hebt, eer gij hem bidt. what things ye have need of be

fore ye ask him.

9 Gij dan bidt aldus: Onze Va. 9 After this manner therefore der, die in de hemelen zijt! uw pray ye : Our Father which art in naam worde geheiligd.

heaven, Hallowed be thy name. 10 Uw koningrijk kome. Uw wil 10 Thy kingdom come. Thy geschiede, gelijk in den hemel, will be done in earth as it is in alzoo ook op de aarde.

| heaven. 11 Geef ons heden ons dage- 11 Give us this day our daily lijksch brood.

bread. 12 En vergeef ons onze schul- 12 And forgive us our debts, as den, gelijk ook wij vergeven on- we forgive our debtors. zen schuldenaren.

13 En leid ons niet in verzoek-! 13 And lead us not into temptaing, maar verlos ons van den booze. tion, but deliver us from evil. For Want uw is het koningrijk, en de ihine is the kingdom, and the pow. kracht, en de heerlijkheid, in de er, and the glory, for ever. Amen. eeuwigheid. Amen.

14 Want indien gij den men- / 14 For if ye forgive men their schen hunne misdaden vergeeft, trespasses, your heavenly Father zoo zal uw hemelsche Vader ook will also forgive you: u vergeven. .

15 Maar indien gij den men. 15 But if ye forgive not men schen hunne misdaden niet ver- their trespasses, neither will your geeft, zoo zal ook uw Vader uwe Father forgive your trespasses. misdaden niet vergeven.

16 En wanneer gij vast, toont geen 16 | Moreover, when ye fast, be droevig gezigt, gelijk de geveins- not as the hypocrites, of a sad den: want zij mismaken hunne countenance : for they disfigure aangezigten, opdat zij van de men- their faces, that they may appear schen mogen gezien worden, als unto men to fast. Verily I say zij vasten. Voorwaar ik zegge u, unto you, They have their reward. dat zij hunnen loon weg hebben.

17 Maar gij, als gij vast, zalf uw 17 But thou, when thou fastest, hoofd, en wasch uw aangezigt; anoint thine head, and wash thy

face; 18 Opdat het van de menschen 18 That thou appear not unto niet gezien worde, als gij vast, men to fast, but unto thy Father, maar van uwen Vader, die in 't which is in secret: and thy Fas verborgen is; en uw Vader, die ther, which seeth in secret, shall in 't verborgen ziet, zal 't u in 't reward thee openly openbaar vergelden.

19 Vergadert u geene schatten 19 | Lay not up for yourselves op de aarde, waar ze de motte en treasures upon earth, where moth de roest verderft, en waar de and rust doth corrupt, and where dieven doorgraven en stelen; thieves break through and steal:

20 Maar vergadert u schatten in 20 But lay up for yourselves treaden hemel, waar ze noch motte, sures in heaven, where neither noch roest verderft, en waar de moth nor rust doth corrupt, and dieven niet doorgrayen, noch ste- where thieves do not break through len;

nor steal. 21 Want waar uw schat is, daar' 21 For where your treasure is, zal ook uw hart zijn.

there will your heart be also. 22 De kaars des ligchaams is het 22 The light of the body is the oog; indien dan uw oog eenvou- 'eye: if therefore thine eye be

« AnteriorContinuar »