Imágenes de páginas
PDF
EPUB

den profeet, zeggende : Hij heeft saying, Himself took our infirmi. onze krankheden op zich genomen, ties, and bare our sicknesses. en onze ziekten gedragen.

18 En Jezus, vele scharen ziende 18 | Now when Jesus saw great rondom zich, beval aan de andere multitudes about him, he gave zijde over te varen.

commandment to depart unto the

other side. 19 En daar kwam een zeker 19 And a certain scribe came, and schriftgeleerde tot hem, en zeide said unto him, Master, I will follow tot hem: Meester! ik zal u vol. | thee whithersoever thou goest. gen, waar gij ook henengaat.

20 En Jezus zeide tot hem : De 20 And Jesus saith unto him, vossen hebben holen, en de vogelen The foxes have holes, and the des hemels nesten; maar de Zoon birds of the air have nests; but des menschen heeft niet, waar hij the Son of man hath not where to het hoofd nederlegge.

lay his head. 21 En een ander uit zijne disci- 21 And another of his disciples pelen zeide tot hem: Heere! laat said unto him, Lord, suffer me first mij toe, dat ik eerst henenga, en to go and bury my father. mijnen vader begrave.

22 Doch Jezus zeide tot hem: 22 But Jesus said unto him, Fol. Volg mij, en laat de dooden hunne low me; and let the dead bury dooden begraven. .

their dead. 23 En als hij in 't schip gegaan 23 | And when he was entered was, zijn hem zijne discipelen ge- into a ship, his disciples followed volgd.

| him. 24 En ziet, daar ontstond eene 24 And behold, there arose a great groote onstuimigheid in de zee, al- tempest in the sea, insomuch that zoo dat het schip van de golven the ship was covered with the bedekt werd: doch hij sliep. waves : but he was asleep.

25 En zijne discipelen, bij hem 25 And his disciples came to him, komende, hebben hem opgewekt, and awoke him, saying, Lord, save zeggende: Heere, behoed ons, wij us : we perish. vergaan!

26 En hij zeide tot hen : Wat zijt 26 And he saith unto them, Why gij vreesachtig, gij kleingeloovigen? are ye fearful, 0 ye of little faith? Toen stond hij op, en bestrafte de Then he arose, and rebuked the winden en de zee; en daar werd winds and the sea; and there was groote stilte.

a great calm. 27 En de menschen verwonder. / 27 But the men marvelled, say. den zich, zeggende : Hoedanig een ing, What manner of man is this, is deze, dat ook de winden en de that even the winds and the sea zee hem gehoorzaam zijn!

obey him! 28 En als hij aan de overzijde 28 | And when he was come to was gekomen in het land der Ger- the other side, into the country of gesénen, zijn hem twee, van den the Gergesenes, there met him two duivel bezeten, ontmoet, komende possessed with devils, coming out uit de graven, die zeer wreed wa. of the tombs, exceeding fierce, so ren, alzoo dat niemand door dien that no man might pass by that weg konde voorbijgaan.

way. 29 En ziet, zij riepen, zeggende: 29 And behold, they cried out, Jezus, gij Zone Gods! wat heb- saying, What have we to do with ben wij met u te doen? Zijt gij | thee, Jesus, thou Son of God ? art

hier gekomen, om ons te pijnigen thou come hither to torment us vóór den tijd ?

before the time? 30 En verre van hen was eene 30 And there was a good way off kudde veler zwijnen, weidende. from them an herd of many swine,

feeding. 31 En de duivelen baden hem, 31 So the devils besought him, zeggende: Indien gij ons uitwerpt, saying, If thou cast us out, suffer laat ons toe, dat wij in die kudde us to go away into the herd of zwijnen varen.

swine. 32 En hij zeide tot hen: Gaat 32 And he said unto them, Go. henen. En zij, uitgaande, voeren And when they were come out, henen in de kudde zwijnen ; en they went into the herd of swine : ziet, de geheele kudde zwijnen and behold, the whole herd of stortede van de steilte af in de zee, swine ran violently down a steep en zij stierven in 't water.

place into the sea, and perished in

the waters. 33 En die ze weidden, zijn ge- 33 And they that kept them, fled, vlugt; en als zij in de stad geko- and went their ways into the city, men waren, boodschapten zij alle and told every thing; and what deze dingen, en wat den bezete- was befallen to the possessed of nen geschied was.

the devils. 34 En ziet, de geheele stad ging 34 And behold, the whole city uit, Jezus te gemoet; en als zij came out to meet Jesus: and hem zagen, baden zij, dat hij uit when they saw him, they behunne landpalen wilde vertrek- sought him that he would depart ken.

out of their coasts.

HOOFDSTUK IX.

CHAPTER IX. TN in het schip gegaan zijnde, AND he entered into a ship, and

u voer hij over en kwam in zijne A passed over, and came into his stad. En ziet, zij bragten tot hem own city. eenen geraakte, op een bedde liggende.

2 En Jezus hun geloove ziende, 2 And behold, they brought to zeide tot den geraakte: Zoon! zijt him a man sick of the palsy, lying welgemoed, uwe zonden zijn u on a bed : and Jesus, seeing their vergeven.

faith, said unto the sick of the palsy, Son, be of good cheer; thy

sins be forgiven thee. 3 En ziet, sommigen der schrift 3 And behold, certain of the geleerden zeiden in zich zelven: scribes said within themselves, Deze lastert God.

This man blasphemeth. 4 En Jezus, ziende hunne ge- 4 And Jesus, knowing their dachten, zeide: Waarom over-thoughts, said, Wherefore think denkt gij kwaad in uwe harten? ye evil in your hearts ?

5 Want wat is ligter, te zeggen: 15 For whether is easier to say, De zonden zijn u vergeven ? of te Thy sins be forgiven thee; or to zeggen : Sta op en wandel? say, Arise, and walk ?

6 Doch opdat gij moogt weten, dat 6 But that ye may know that the de Zoon des menschen magt heeft Son of man hath power on earth op de aarde, de zonden te verge to forgive sins, (then saith he to ven (toen zeide hij tot den ge. the sick of the palsy,) Arise, take

raakte): Sta op, neem uw bed up thy bed, and go unto thine op, en ga henen naar uw huis. house.

7 En hij, opgestaan zijnde, ging ? And he arose, and departed to henen naar zijn huis.

his house. 8 De scharen nu, dat ziende, heb- 8 But when the multitude saw it, ben zich verwonderd, en God ver- they marvelled, and glorified God, heerlijkt, die zoodanige magt den which had given such power unto menschen gegeven had.

men. 9 En Jezus, van daar voortgaan- 9 | And as Jesus passed forth de, zag een mensch in het tolhuis from thence, he saw a man named zitten, genaamd Mattheüs ; en zei Matthew, sitting at the receipt of de tot hem: Volg mij. En hij, op- custom : and he saith unto him, staande, volgde hem.

Follow me. And he arose, and

followed him. 10 En het geschiedde, als hij in 10 | And it came to pass, as Jehet huis van Mattheüs aanzat: ziet, sus sat at meat in the house, bevele tollenaars en zondaars kwa-hold, many publicans and sinners men en zaten mede aan, met Je- came and sat down with him and zus en zijne discipelen.

his disciples. 11 En de pharizeën, dat ziende, 11 And when the Pharisees saw zeiden tot zijne discipelen: Waar- it, they said unto his disciples, om eet uw meester met de tolle- Why eateth your Master with pub. naren en zondaren ?

licans and sinners ? 12 Maar Jezus, zulks hoorende, | 12 But when Jesus heard that, zeide tot hen: Die gezond zijn, he said unto them, They that bé hebben den medicijnmeester niet whole need not a physician, but van noode, maar die ziek zijn. they that are sick. .

13 Doch gaat henen en leert, wat 13 But go ye and learn what that het zij: Ik wil barmhartigheid, en meaneth, I will have mercy, and niet offerande ; want ik ben niet not sacrifice : for I am not come gekomen, om te roepen regtvaardi- to call the righteous, but sinners gen, maar zondaars tot bekeering. to repentance.

14 Toen kwamen de discipelen 14 T Then came to him the disvan Johannes tot hem, zeggende : ciples of John, saying, Why do Waarom vasten wij en de phari. we and the Pharisees fast oft, but zeën veel, en uwe discipelen va-. thy disciples fast not? sten niet.

15 En Jezus zeide tot hen: Kun- 15 And Jesus said unto them, nen ook de bruilofts-kinderen treu-Can the children of the brideren, zoo lang de bruidegom bij hen chamber mourn, as long as the is? Maar de dagen zullen komen, bridegoom is with them ? but the wanneer de bruidegom van hen zal days will come, when the brideweggenomen zijn, en dan zullen groom shall be taken from them, zij vasten.

and then shall they fast. 16 Ook zet niemand eenen lap 16 No man putteth a piece of new ongevold laken op een oud kleed; cloth unto an old garment: for want deszelfs aangezette lap that which is put in to fill it up, scheurt af van het kleed, en daar taketh from the garment, and the wordt eene erger scheure.

rent is made worse. 17 En men doet geenen nieuwen 17 Neither do men put new wine wijn in oude lederen zakken; anders into old bottles : else the bottles zoo bersten de lederen zakken, en de break, and the wine runneth out, wijn wordt uitgestort, en de lederen and the bottles perish: but they zakken verderven; maar men doet put new wine into new bottles, and nieuwen wijn in nieuwe lederen | both are preserved. zakken, en beide te zamen worden behouden.

18 Als hij deze dingen tot hen 18 While he spake these things sprak, ziet, een overste kwam en unto them, behold, there came a aanbad hem, zeggende: Mijne certain ruler, and worshipped him, dochter is nu terstond gestorven, saying, My daughter is even now doch kom en leg uwe hand op dead: but come and lay thy hand haar, en zij zal leven.

upon her, and she shall live. 19 En Jezus, opgestaan zijnde, 19 And Jesus arose, and followed volgde hem, en zijne discipelen. Thim, and so did his disciples. * 20 (En ziet, eene vrouw, die 20' (And behold, a woman twaalf jaren het bloedvloeijen ge- which was diseased with an issue had had, komende tot hem van of blood twelve years, came beachteren, raakte den zoom zijns hind him, and touched the hem of kleeds aan;

his garment. 21 Want zij zeide in zich zelye : 21 For she said within herself, Indien ik alleenlijk zijn kleed aan. If I may but touch his garment, I raak, zoo zal ik gezond worden. I shall be whole.

22 'En Jezus, zich omkeerende 22 But Jesus turned him about, en haar ziende, zeide : Zijt welge- and when he saw her, he said, moed, dochter uw geloof heeft u Daughter, be of good comfort: thy behouden. En de vrouw werd ge- faith hath made thee whole. And zond van dezelve ure af.)

the woman was made whole from

that hour.) 23 En als Jezus in het huis des ! 23 And when Jesus came into oversten kwam, en zag de pijpers the ruler's house, and saw the en de woelende schare,

minstrels and the people making

a noise, 24 Zeide hij tot hen : Vertrekt; | 24 He said unto them, Give place: want het dochterken is niet dood,, for the maid is not dead, but sleepmaar slaapt. En zij belachten eth. And they laughed him to hem.

scorn. 25 Als nu de schare uitgedreven 25 But when the people were put was, ging hij in, en greep hare forth, he went in, and took her by hand; en het dochterken stond op. the hand, and the maid arose.

26 En dit gerucht ging uit door 26 And the fame hereof went het geheele land.

abroad into all that land. 27 En als Jezus van daar voort- 27 9 And when Jesus departed ging, zijn hem twee blinden ge- thence, two blind men followed volgd, roepende en zeggende : Gij him, crying, and saying, Thou son Zone Davids! ontferm u onzer!" of David, have mercy on us.

28 En als hij in huis gekomen 28 And when he was come into was, kwamen de blinden tot hem. the house, the blind men came to En Jezus zeide tot hen: Gelooft him: and Jesus saith unto them, gij, dat ik dat doen kan? Zij zei- Believe ye that I am able to do den tot hem: Ja, Heere! ; this? They said unto him, Yea,

Lord. 29 Toen raakte hij hunne oogen 29 Then touched he their eyes, aan, zeggende: U geschiede naar saying, According to your faith, be uw geloof.

it unto you. 30 En hunne oogen zijn geopend! 30 And their eyes were opened ; geworden. En Jezus heeft hun and Jesus straightly charged them, zeer strengelijk verboden, zeggen- saying, See that no man know it. de : Ziet, dat het niemand wete. |

31- Maar zij, uitgegaan zijnde, 31 But they, when they were dehebben hem ruchtbaar gemaakt parted, spread abroad his fame in door dat geheele land.

all that country. 32 Als dezen nu uitgingen, ziet, 32 | As they went out, behold, zoo bragten zij tot hem een' they brought to him a dumb man mensch, die stom en van den dui- possessed with a devil. vel bezeten was.'

33 En als de duivel uitgeworpen 33 And when the devil was cast was, sprak de stomme. En de out, the dumb spake : and the mul. scharen verwonderden zich, zeg- titudes marvelled, saying, It was gende: Daar is nooit desgelijks in never so seen in Israel. Israël gezien!

34 Maar de pharizeën zeiden: 34 But the Pharisees said, He Hij werpt de duivelen uit door den casteth out devils, through the overste der duivelen.

I prince of the devils. 35 En Jezus omging alle de ste- 35 And Jesus went about all the den en vlekken, leerende in hunne cities and villages, teaching in synagogen, en predikende het evan- their synagogues, and preaching gelie des koningrijks, en genezen- | the gospel of the kingdom, and de alle ziekte en alle kwale onder healing every sickness, and every den volke.

| disease among the people. 36 En hij, de scharen ziende, | 36 | But when he saw the multiwerd innerlijk met ontferming be- tudes, he was moved with compaswogen over hen, omdat ze ver sion on them, because they faintmoeid en verstrooid waren, gelijk ed, and were scattered abroad, as schapen, die geenen herder hebben. sheep having no shepherd.

37 Toen zeide hij tot zijne disci- 37 Then saith he unto his disci. pelen: De oogst is wel groot, maar ples, The harvest truly is plentede arbeiders zijn weinige; ous, but the labourers are few.

38 Bidt dan den Heere des oog- 38 Pray ye therefore the Lord of stes, dat hij arbeiders in zijnen the harvest, that he will send forth oogst uitstoote.

labourers into his harvest.

HOOFDSTUK X.

CHAPTER X. : TIN zijne twaalf discipelen tot AND when he had called unto

U zich geroepen hebbende, heeft A him his twelve disciples, he hij hun magt gegeven over de on- gave them power against unclean reine geesten, om dezelve uit te spirits, to cast them out, and to werpen, en om alle ziekte en alle heal all manner of sickness, and kwale te genezen.

all manner of disease. 2 De namen nu der twaalf apo. | 2 Now the names of the twelve stelen zijn deze: De eerste, Simon, apostles are these; The first, Sigezegd Petrus, en Andreas, zijn mon, who is called Peter, and Anbroeder; Jakobus, de zoon van Ze. drew his brother; James the son bedeüs, en Johannes, zijn broeder; of Zebedee, and John his brother;

3 Philippus en Bartholomeus ;| 3 Philip, and Bartholomew ; ThoThomas en Mattheüs, de tollenaar; mas, and Matthew the publican; Jakobus, de zoon van Alpheüs, en James the son of Alpheus,and LebbeLebbeüs, toegenaamd Thaddeüs; I us, whose surname was Thaddeus;

« AnteriorContinuar »