Imágenes de páginas
PDF
EPUB

krachten waren geschied, die in u done in thee, had been done in geschied zijn, zij zouden tot op Sodom, it would have remained den huidigen dag gebleven zijn. until this day.

24 Doch ik zegge u, dat het den 24 But I say unto you, That it lande van Sodom verdragelijker shall be more tolerable for the zal zijn in den dag des oordeels, land of Sodom, in the day of judgdan u.

ment than for thee. 23 In dien tijd antwoordde Jezus, | 25 | At that time Jesus answered en zeide: Ik danke u, Vader! and said, I thank thee, O Father, Heere des hemels en der aarde! | Lord of heaven and earth, because dat gij deze dingen voor de wijzen thou hast hid these things from en verstandigen verborgen hebt, the wise and prudent, and hast en hebt dezelve den kinderkens revealed them unto babes. geopenbaard.

26 Ja, Vader! want alzoo is 26 Even so, Father, for so it seemgeweest het welbehagen voor u. ed good in thy sight.

27 Alle dingen zijn mij overge- 27 All things are delivered unto geven van mijnen Vader; en nie-me of my Father; and no man mand kent den Zoon dan de Va- knoweth the Son, but the Father; der, noch iemand kent den Vader neither knoweth'any man the Fadan de Zoon, en dien het de Zoon ther, save the Son, and he to whomwil openbaren.

soever the Son will reveal him. 28 Řomt herwaarts tot mij, allen 28 Come unto me, all ye that die vermoeid en belast zijt, en ik labour, and are heavy laden, and I zal u ruste geven.

will give you rest. 29 Neemt mijn juk op u, en leert | 29 Take my yoke upon you, and van mij, dat ik zachtmoedig ben learn of me: for I am meek and en nederig van harte; en gij zult lowly in heart: and ye shall find ruste vinden voor uwe zielen. rest unto your souls.

30 Want mijn juk is zacht, en 30 For my yoke is easy, and my mijn last is ligt.

burden is light.

HOOFDSTUK XII.

CHAPTER XII. TN dien tijd ging Jezus, op eenen A T that time Jesus went on the Isabbatdag, door het gezaaide, A sabbath-day through the corn, en zijne discipelen hadden honger, and his disciples were an hungeren begonnen aren te plukken, en ed, and began to pluck the ears of te eten.

corn, and to eat. 2 En de pharizeën, dat ziende, 2 But when the Pharisees saw it, zeiden tot hem: Zie, uwe discipe | they said unto him, Behold, thy len doen, wat niet geoorloofd is te disciples do that which is not law. doen op den sabbat.

ful to do upon the sabbath-day.. 3 Maar hij zeide tot hen: Hebt 3 But he said unto them, Have gij niet gelezen, wat David gedaan ye not read what David did when heeft, toen hem hongerde, en hun, he was an hungered, and they that die met hem waren?

were with him; 4 Hoe hij gegaan is in het huis 4 How he entered into the house Gods, en de toonbrooden gegeten of God, and did eat the shew. heeft, die hem niet geoorloofd bread, which was not lawful for waren te eten, noch ook hun, die him to eat, neither for them which met hem waren, maar den prie- were with him, but only for the steren alleen.

priests?

5 Of hebt gij niet gelezen in de 5 Or have ye not read in the law wet, dat de priesters den sabbat how that on the sabbath-days the ontheiligen in den tempel, op de priests in the temple profane the sabbatdagen, en nogtans onschul- sabbath, and are blameless? dig zijn?

6 En ik zegge u, dat een meerder | 6 But I say unto you, that in this dan de tempel hier is.

place is one greater than the tem

ple. 7 Doch zoo gij geweten hadt, 7 But if ye had known what this wat het zij: Ik wil barmhartig- meaneth, I will have mercy, and heid en niet offerande, gij zoudt not sacrifice, ye would not have de onschuldigen niet veroordeeld condemned the guiltless. hebben.

8 Want de Zoon des menschen 8 For the Son of man is Lord is een Heere ook van den sabbat. even of the sabbath-day.

9 En van daar voortgaande, 9 And when he was departed kwam hij in hunne synagoge. thence, he went into their syna

gogue. 10 En ziet, daar was een mensch, 10 | And behold, there was a die eene dorre hand had, en zij man which had his hand withered. vraagden hem, zeggende: Is 't And they asked him, saying, Is it ook geoorloofd op de sabbatdagen lawful to heal on the sabbath-days? te genezen? (opdat zij hem mog- that they might accuse him. ten beschuldigen)

11 En hij zeide tot hen : Wat 11 And he said unto them, What mensch zal er zijn onder u, die man shall there be among you, een schaap heeft, en zoo dit op that shall have one sheep, and if eenen sabbatdag in eene gracht it fall into a pit on the sabbathvalt, die hetzelve niet zal aangrij. day, will he not lay hold on it, and pen en uitheffen ?

lift it out? 12 Hoe veel gaat nu een mensch 12 How much then is a man een schaap te boven? Zoo is 't better than a sheep? Wherefore dan op de sabbatdagen geoorloofd it is lawful to do well on the sabwel te doen.

-bath-days. 13 Toen zeide hij tot dien 13 Then saith he to the man, mensch: Strek uwe hand uit; en Stretch forth thine hand. And he hij strekte ze uit, en zij werd her- stretched it forth; and it was resteld, gezond gelijk de andere. stored whole, like as the other.

14 En de pharizeën, uitgegaan 14 Then the Pharisees went zijnde, hielden te zamen raad tegen out, and held a council against him, hem, hoe zij hem dooden mogten. how they might destroy him.

15 Maar Jezus, dat wetende, 15 But when Jesus knew it, he vertrok van daar, en vele scharen withdrew himself from thence : volgden hem, en hij genas ze and great multitudes followed him, allen.

and he healed them all; 16 En hij gebood hun scherpe- 16 And charged them that they lijk, dat zij hem niet openbaar should not make him known: maken zouden :

17 Opdat vervuld zoude worden't 17 That it might be fulfilled gene gesproken is door Jesaja, den which was spoken by Esaias the profeet, zeggende: '

prophet, saying, 18 Ziet, mijn knecht, welken ik 18 Behold my servant, whom I verkoren heb, mijn beminde, in have chosen; my beloved, in whom

welken mijne ziele een welbehagen my soul is well pleased : I will put heeft; ik zal mijnen Geest op hem my spirit upon him, and he shall leggen, en hij zal het oordeel den shew judgment to the Gentiles. heidenen verkondigen.

19 Hij zal niet twisten, noch 19 He shall not strive, nor cry; roepen, en daar zal niemand zijne neither shall any man hear -his stemme op de straten hooren. voice in the streets.

20 Het gekrookte riet zal hij niet 20 A bruised reed shall he not verbreken, en het rookende lem- break, and smoking flax shall he met zal hij niet uitblusschen, tot not quench, till he send forth judgdat hij het oordeel zal uitbrengen ment unto victory. tot overwinning

21 En in zijnen naam zullen de 21 And in his name shall the heidenen hopen.

Gentiles trust. 22 Toen werd tot hem gebragt 22 ( Then was brought unto him een van den duivel bezeten, die one possessed with a devil, blind blind en stom was; en hij genas and dumb; and he healed him, hem, alzoo dat de blinde en stom insomuch that the blind and dumb me beide sprak en zag.

both spake and saw. 23 En alle de scharen ontzetteden 23 And all the people were amazzich, en zeiden: Is niet deze de ed, and said, Is not this the son of Zoon Davids?

David ? 24 Maar de pharizeën, dit ge- 24 But when the Pharisees heard hoord hebbende, zeiden: Deze it, they said, This fellow doth not werpt de duivelen niet uit, dan cast out devils, but by Beelzebub door Beëlzebul, den overste der the prince of the devils. duivelen.

25 Doch Jezus, kennende hunne 25 And Jesus knew their thoughts, gedachten, zeide tot hen: Een and said unto them, Every kingdom ieder koningrijk, dat tegen zich divided against itself, is brought zelf verdeeld is, wordt verwoest; to desolation; and every city or en eene iedere stad, of huis, dat house divided against itself, shall tegen zich zelf verdeeld is, zal not stand. niet bestaan.

26 En indien de Satan den Sa- 26 And if Satan cast out Satan, tan uitwerpt, zoo is hij tegen zich he is divided against himself; how zelven verdeeld; hoe zal dan zijn shall then his kingdom stand? rijk bestaan?

27 En indien ik door Beëlzebul 27 And if I by Beelzebub cast de duivelen uitwerpe, door wien out devils, by whom do your chilwerpen ze dan uwe zonen uit? dren cast them out ? therefore they Daarom zullen die uwe regters zijn. shall be your judges.

28 Maar indien ik door den 28 But if I cast out devils by the Geest Gods de duivelen uitwerpe, Spirit of God, then the kingdom of zoo is dan het koningrijk Gods tot God is come unto you. u gekomen.

29 Of hoe kan iemand in 't 29 Or else, how can one enter huis eens sterken inkomen, en into a strong man's house, and zijne vatèn ontrooven, ten zij dat spoil his goods, except he first bind hij eerst den sterke gebonden the strong man? and then he will hebbe? en alsdan zal hij zijn huis spoil his house. berooven.

30 Wie met mij niet is, die is 30 He that is not with me, is tegen mij: en wie met mij niet against me; and he that gathereth vergadert, die verstrooit.

not with me, scattereth abroad. 31 Daarom zegge ik u: Alle 31 | Wherefore I say unto you, zonde en lastering zal den men- All manner of sin and blasphemy schen vergeven worden; maar de shall be forgiven unto men: but lastering tegen den Geest zal den the blasphemy against the Holy menschen niet vergeven worden. Ghost shall not be forgiven unto

men. 32 En zoo wie eenig woord ge- 32 And whosoever speaketh a sproken zal hebben tegen den word against the Son of man, it Zoon des menschen, het zal hem shall be forgiven him: but whosovergeven worden; maar zoo wie ever speaketh against the Holy tegen den Heiligen Geest zal ge- Ghost, it shall not be forgiven him, sproken hebben, het zal hem niet neither in this world, neither in vergeven worden, noch in deze the world to come. eeuw, noch in de toekomende.

33 Of maakt den boom goed en 33 Either make the tree good, zijne vrucht goed; of maakt den and his fruit good; or else make boom kwaad en zijne vrucht | the tree corrupt, and his fruit corkwaad ; want uit de vrucht wordt rupt: for the tree is known by his de boom gekend.

fruit. 34 Gij adderen-gebroedsels! hoe 34 O generation of vipers, how kunt gij goede dingen spreken, can ye, being evil, speak good daar gij boos zijt? want uit den things, for out of the abundance overvloed des harten spreekt de of the heart, the mouth speaketh. mond.

35 De goede mensch brengt goe- 35 A good man, out of the good de dingen voort uit den goeden treasure of the heart, bringeth schat des harten, en de booze forth good things : and an evil mensch brengt booze dingen voort man, out of the evil treasure, uit den boozen schat.

| bringeth forth evil things. 36 Maar ik zegge u, dat van elk 36 But I say unto you, That eveijdel woord, 't welk de menschen ry idle word that men shall speak, zullen gesproken hebben, zij van they shall give account thereof in 't zelve zullen rekenschap geven in the day of judgment. den dag des oordeels.

37 Want uit uwe woorden zult 37 For by thy words thou shalt gij geregtvaardigd worden, en uit be justified, and by thy words thou uwe woorden zult gij veroordeeld shalt be condemned. worden.

38 Toen antwoordden sommigen 38 I Then certain of the scribes der schriftgeleerden en pharizeën, and of the Pharisees answered, zeggende : Meester! wij wilden saying, Master, we would see a van u wel een teeken zien. sign from thee.

39 Maar hij antwoordde, en zeide 39 But he answered and said to tot hen : Het boos en overspelig them, An evil and adulterous gegeslachte verzoekt een teeken; en neration seeketh after a sign, and hun zal geen teeken gegeven wor- there shall no sign be given to it, den, dan het teeken van Jonas, but the sign of the prophet Jonas. den profeet.

40 Want gelijk Jonas drie dagen! 40 For as Jonas was three days en drie nachten was in den buik and three nights in the whale's van den walvisch, alzoo zal de belly: so shall the Son of man be Zoon des menschen drie dagen en three days and three nights in the drie nachten wezen in het harte heart of the earth. der aarde.

41 De mannen van Ninive zullen 41 The men of Nineveh shall opstaan in het oordeel met dit ge- rise in judgment with this geneslachte, en zullen 't zelve veroor- ration, and shall condemn it: bedeelen; want zij hebben zich be- cause they repented at the preachkeerd op de prediking van Jonas; ing of Jonas; and behold, a greater en ziet, meer dan Jonas is hier! than Jonas is here.

42 De koningin van 't Zuiden 42 The queen of the south shall zal opstaan in het oordeel met dit rise up in the judgment with this geslacht; en 't zelve veroordeelen: generation, and shall condemn it: want zij is gekomen van de einden for she came from the uttermost der aarde, om te hooren de wij- parts of the earth to hear the wissheid van Salomo; en ziet, meer dom of Solomon; and behold, a dan Salomo is hier!

greater than Solomon is here. 43 En wanneer de onreine geest | 43 When the unclean spirit is van den mensch uitgegaan is, zoo gone out of a man, he walketh gaat hij door dorre plaatsen, zoe- through dry places, seeking rest, kende ruste, en vindt ze niet. and findeth none.

44 Dan zegt hij: Ik zal weder- 44 Then he saith, I will return keeren in mijn huis, van waar ik into my house from whence I uitgegaan ben; en komende vindt came out; and when he is come, hij het ledig, met bezemen ge- he findeth it empty, swept, and keerd en versierd.

garnished. 45 Dan gaat hij henen en neemt 45 Then goeth he, and taketh met zich zeven andere geesten, with himself seven other spirits boozer dan hij zelf, en ingegaan more wicked than himself, and zijnde wonen ze aldaar; en het they enter in and dwell there : laatste deszelven menschen wordt and the last state of that man is erger dan het eerste. Alzoo zal worse than the first. Even so het ook met dit boos geslachte shall it be also unto this wicked zijn.

generation. 46 En als hij nog tot de scharen 46 g While he yet talked to the sprak, ziet, zijne moeder en broe- people, behold, his mother and his ders stonden buiten, zoekende hem brethren stood without, desiring to te spreken. .

speak with him. 47 En iemand zeide tot hem: Zie, 47 Then one said unto him, Beuwe moeder en uwe broeders staan hold, thy mother and thy brethren daar buiten, zoekende u te spreken. stand without, desiring to speak

with thee. 48 Maar hij antwoordende zeide 48 But he answered and said untot dengenen, die hem dat zeide : to him that told him, Who is my Wie is mijne moeder, en wie zijn mother? and who are my brethren? mijne broeders ?

49 En zijne hand uitstrekkende 49 And he stretched forth his over zijne discipelen, zeide hij: hand toward his disciples, and Ziet, mijne moeder en mijne brue- said, Behold my mother and my

| brethren! 50 Want zoo wie den wille mijns 50 For whosoever shall do the Vaders doet, die in de hemelen is, will of my Father which is in dezelve is mijn broeder, en zuster, heaven, the same is my brother, en moeder.

T and sister, and mother.

ders.

« AnteriorContinuar »